Leuk al die vliegerij, maar er moet ook wat gestudeerd worden. Ik had bedacht om maar vroeg in de opleiding te starten met de theorie en ik ben blij dat ik dat zo gedaan heb. Je mag immers niet voor je brevet op, voordat je je theorie hebt. Het leuke is verder dat je meteen andere vliegfanaten leert kennen. Tenminste als je de lessen klassikaal volgt, wat zeer is aan te raden. De vakken liggen op heel verschillende domeinen, van natuurkunde en techniek tot biologie en communicatie.
In november 2018 dus meteen maar gestart met het moeilijkste vak Aerodynamica en Prestatieleer, voor mij althans als techno-no. Voor ik het wist zat ik weer in de schoolbanken, gezellig tussen allemaal mensen met dezelfde tic 🤪
En dat een jaar lang elke dinsdagavond. Het kost wat, maar dan heb je ook wat.
De volgende vakken passeerden de revue:
Aerodynamica & prestatieleer: over de natuurkundewetten achter het vliegen en allerlei factoren die van invloed zijn op het vlieggedrag en de prestaties van het vliegtuig.
Vliegtuigtechniek: over de constructie van het vliegtuig, de motor, de metertjes en systemen aan boord, wat er allemaal aan kapot kan en hoe je dat dan merkt.

Even met de klas de hangar in om onder de motorkap van een Aquila te kijken.
Navigatie: over kaarten, koersen, het gebruik van het kompas, radar, satellieten, bakens, het maken van een navigatieplan en het gebruik van de navigatiecomputer.
Meteorologie: over wolken, druksystemen, fronten, zicht en mist, de wind en het weerbericht op z’n vliegeriaans (met heel veel afkortingen…).
Radiocommunicatie VFR over communicatie met radiostations op de grond, de indelingen en diensten die wel en niet worden geleverd, procedures en de beschikbare communicatiemiddelen (radio, maar ook lichtsignalen en borden).
Menselijke beperkingen en prestaties over beperkingen van de menselijke zintuigen en waarneming, het evenwichtsgevoel, effecten van zuurstoftekort, hyperventilatie, luchtdruk en g-krachten op het functioneren van de piloot.
Luchtvaartwetgeving over de regels waar piloten zich aan dienen te houden in de lucht en op het vliegveld, gebieden die verboden zijn over te vliegen of beperkingen kennen, berichtgeving die voor elke vlucht moet worden geraadpleegd, boorddocumenten en bevoegdheden.

Van elk vak doe je examen bij het CBR, op een locatie en tijd naar keuze. Je mobieltje en je horloge in de locker bij de andere spullen. Een kladpapier, een potlood en een rekenmachine krijg je in de goed geïsoleerde examenruimte aangereikt. Daar zit je dan, tussen de broekjes van 17 die voor hun autotheorie komen. Camera boven je, toezichthouder achter je. Nee frauderen is er niet bij. Vragen maken op het computerscherm en aan het eind meteen doorklikken naar je uitslag: duimpje omhoog of omlaag. En dan geluidloos juichen 😆🥳.
Behalve 7 vakken schriftelijk examen heb je ook nog 2 mondelinge examens:
Radio Telefonie (R/T) communicatie en een Language Proficiency Test (LPT) Engels
RT volg je online, met een docent op afstand dus. Je kunt het alleen doen of met een groepje. Ik heb het samen met enkele klasgenoten gevolgd, wat gezellig was natuurlijk. Iedereen zit thuis met een headset met microfoon achter de PC of laptop. De spatiebalk op je toetsenbord stel je in als ‘spreekknop’ die je moet indrukken, willen de anderen kunnen horen wat je zegt. Net als in het vliegtuig dus. En dan krijg je allerlei oefeningen waarbij je virtuele tochten gaat vliegen en moet praten met de luchtverkeersleiding van een vliegveld (Tower) of met verkeersinformatiedienst voor een bepaald gebied, gespeeld door de docent.
De communicatie moet kort en duidelijk zijn en is daarom gebonden aan allerlei procedures en afspraken. Daarbij moet je kaarten hebben van je route, naderingskaarten en plattegronden van vliegvelden en moet je de frequenties weten van de stations waarmee je contact moet hebben. Dik ingewikkeld als je daar net mee kennismaakt. Vaak kwam ik aardig verhit uit zo’n lesavondje naar beneden. Kon je nagaan als je hetzelfde moest gaan doen in het vliegtuig…
Een andere te nemen hobbel was een Taaltest Engels (Language Proficiency Test (LPT). Daarbij krijg je online een aantal open vragen , geef je een beschrijving bij afgebeelde taferelen (over luchtvaartgerelateerde onderwerpen) en moet je de RT van een virtuele vlucht doen.
De test is geautomatiseerd en je kan bij alle vragen maar één keer om herhaling vragen. Je antwoorden worden opgenomen en later beoordeeld door een docent. Je niveau (aviation) Engels wordt op 6 aspecten gewaardeerd op een 6-punts schaal. Je eindcijfer is gelijk aan het laagst behaalde cijfer en dat mag niet lager zijn dan een 4.
Als je een 4 of 5 haalt, moet je over een aantal jaar nog eens opnieuw op. Als je een 6 haalt ben je er voorgoed van verlost. Nog niet zo gemakkelijk, zeker omdat je in de virtuele vlucht – die ergens in Amerika plaatsvindt van en naar een veld waar je nog nooit van gehoord hebt – te maken krijgt met luchtverkeersleiders met een accent, die vaak ook niet erg langzaam praten.












